Topvoetbal tijdens WO2

Duitse militairen kijken toe vanop de tribunes in het Astridpark en zien hoe Anderlecht met 2-0 voor staat. De 2e van rechts, met de bril, is Otto Kropf, officieel fotograaf voor het Duitse leger. Zo’n 1400 foto’s die hij nam in Brussel en omgeving zijn bewaard gebleven. Daaronder een 300tal kleurendia’s, waar hij in zijn vrije tijd mee experimenteerde. In 1968 dook een reeks op van 37 foto’s die hij genomen had in het kamp van Breendonk. Dit materiaal, de enige fotografische getuige van de kampwerking, is ondergebracht in het CegeSoma.

In augustus 1939 haalde voetbalclub Beerschot alle kranten toen het de titel pakte in de hoogste voetbalklasse. Dé revelatie van het voorbije seizoen 1938-39 was echter een andere club: Royal Sporting Club Anderlecht, die speelde in het Astridpark. De Brusselaars hadden het kampioenschap op een knappe vijfde plaats afgesloten en waren uitgegroeid tot een stevige subtopper na jarenlang gelaveerd te hebben tussen Eere- en Eerste Afdeeling, waardoor ze wel eens smalend de ‘liftploeg’ werden genoemd.

De toenmalige Ierse coach van Anderlecht, Ernest Churchill Smith, bijgenaamd “Master”, had een verleden als beroepsofficier bij het Britse leger en was nog in India gestationeerd geweest, maar in 1936 was hij voetbaltrainer bij het Nederlandse SC Enschede (tegenwoordig: FC Twente) – waar Anderlecht hem kwam weghalen. Smith was in juli 1939 gewoon op vakantie vertrokken naar zijn thuisland, maar voetbal was nooit ver weg. Hij was zinnens om ook een stage van de Irish Football Association bij te wonen en zo inspiratie op te doen om met Anderlecht in het seizoen 1939-’40 een gooi te doen naar de titel. De oorlogsdreiging en nadien de oorlog zelf maakten dat hij echter niet meer terugkeerde naar Anderlecht.

Intussen pakten er de eerste donkere oorlogswolken al samen boven Europa. De annexatie van Oostenrijk, van Tsjechoslowaakse Sudentenland en uiteindelijk ook de Duitse inval in Polen op 1 september 1939 sleurden heel Europa mee in een nieuwe wereldbrand. Dat mag voor ons tegenwoordig vrij abstract klinken, maar destijds was dat écht angstaanjagend. Op een aantal jongeren na herinnerde iedereen die in 1939 leefde, zich bijzonder goed wat oorlog betekende. De vorige oorlog van 1914 tot 1918, waarbij vrijwel heel België kreunde onder een Duitse bezetting, was toen immers amper 20 jaar geleden. De oorlog en de ellende die daarmee gepaard ging, lag dan ook bij iedereen nog fris in het geheugen. 

Mobilisatie

België mocht zich dan wel neutraal verklaard hebben, het was ook verplicht om zijn landsgrenzen te verdedigen. Daarom was er reeds een gedeeltelijke mobilisatie geweest in 1938 en volgde de volledige mobilisatie vanaf 26 augustus 1939.

Die mobilisatie hakte er flink in bij de Anderlechtse voetbalclub. Die moest door de mobilisatie verschillende vaste spelers missen, maar wist zich gedekt door een rijk arsenaal aan jonge spelers, de jaren voordien opgeleid in het Astridpark.

stadion RSC Anderlecht in het Astridpark

Eén van die jonge spelers was Alfons (Fons) t’ Kint. De 20-jarige Fons, geboren (op 18 augustus 1919) en getogen in Hekelgem, had zijn middelbare studies afgewerkt in het befaamde Sint-Niklaasinstituut, een internaat nabij de grens met Sint-Pieters-Leeuw, maar nog net op het grondgebied van Anderlecht. 

de jonge Fons (3e van rechts op de foto) in een voetbalploegje van het Sint-Niklaasinstituut

‘Sint-Nicolas’ was destijds het jeugdopleidingscentrum avant la lettre van R.S.C. Anderlecht. Fons was best een goeie student, maar maakte ook indruk als voetballer op de speelplaats en in de schoolploeg. Via de broeders van het instituut, destijds belangrijke elementen in het scoutingsapparaat van paars/wit, had Fons dan ook zijn aansluitingskaart getekend bij Anderlecht.

Fons t’ Kint met de beker van een voetbaltornooi in 1936 – Sint-Niklaasinstituut

We goen eederien vandoon emme!

De omstandigheden in de herfst van 1939 waren alles behalve ideaal. Trainen kon enkel bij daglicht en men moest zich tevreden stellen met wie er aanwezig kon zijn.  

Op een vergadering van 13 oktober 1939 besliste de Koninklijke Belgische Voetbalbond om de nationale competitie te annuleren en te vervangen door de zogenaamde ‘Beker Leysen’ – een noodcompetitie vernoemd naar de voorzitter van voetbalclub Royale Union Sint-Gillis, de schenker van de trofee.  Daarnaast werd er een provinciaal kampioenschap georganiseerd.  Zo waren er gelijktijdig twee competities, een unicum …

Match in Astridpark tijdens de provinciale competitie Brabant – 1940.

“We goen eederien vandoon emme” zei interim-coach Emile Defevere, alias ‘Kroemme Mille’, en men kon dit letterlijk nemen want er zouden maar liefst 37 spelers in actie komen bij Anderlecht in het seizoen 1939-40. 

Bij die 37 was ook Fons, die zijn debuut in het eerste elftal mocht maken op de eerste speeldag van het Brabants kampioenschap, op 24 september 1939, met een thuiswedstrijd tegen CS Hallois. Les mauves traden die middag aan met het volgende elftal: Rie Meert, Fons t’ Kint, Georges Van Calenberg, Henri Borremans, Florimond De Roeck, Susse Sermon, Lucien Van Cotthem, Jef Vernimmen, Jules Jacobs, Noulle De Raeymaeker en Rieke Dekens. Paars/wit had geen moeite met de Hallenaren. Een droge 5-0 was het niet eens overdreven verdict, met 5 doelpunten van Jules Jacobs.  

Anderlecht zou overigens de provinciale competitie winnen. Na een felle strijd met Racing Brussel, won Fons met RSC Anderlecht de titel in Brabant na 22 wedstrijden.

Oorlog!

Alfons in militair tenue

Het bleek echter een valse start bij Anderlecht. Fons was als jonge kerel immers net als veel leeftijdsgenoten ook gemobiliseerd. Hij was op 31 augustus 1938 aan zijn 17 maanden durende legerdienst begonnen bij het 6e artillerieregiment maar kreeg op eigen verzoek een overplaatsing naar het 8e artillerieregiment. Daar deed hij kennelijk zijn best want hij werd er bevorderd tot  brigadier. Hij werd op 21 januari 1940, in volle mobilisatie, nog eens bevorderd – Fons was nu Wachtmeester bij de 8e artillerie. 

Het 8e artillerieregiment, onder bevel van kolonel Smedts was aan de vooravond van de oorlog opgesteld langs het Albertkanaal, tussen Eigenbilzen en Diepenbeek. Haar vuurkracht bestond uit 3 batterijen van 12 kanonnen C75 TR (van Tir Rapide) of GP kanonnen en 1 batterij van 12 kanonnen 105 GP Howitzer.

kanon C75 Tire Rapide

Ze werden ondersteund door het 14e regiment artillerie dat 5 batterijen van telkens 4 M17 Schneider Howitzer of C120 M31 FRC kanonnen ter beschikking stelde. Deze laatste eenheden hadden de de beroemde Citroën Krégresse traktoren ter beschikking om de artilleriestukken te verplaatsen.

C120 kanon, getrokken door de befaamde Citroën Kégresse

Op 11 mei 1940, dag 2 van de invasie van de Duitsers in België, zat de oorlog voor Fons er eigenlijk al op.

de militaire situatie van de eenheid van Alfons op 11 mei om 13u30

Hij werd gevangen genomen en afgevoerd naar Duitsland als krijgsgevangene – hij kwam terecht in Stalag XI-B in Bad Fallingbostel, Nedersaxen.

XI-B in Bad Fallingbostel, in Nedersaxen

Stalag XI-B was in 1937 gebouwd als een verblijf voor arbeiders die voor het leger werkten. In 1939, met het zicht op de oorlog, werden de barakken omheind zodat ze als krijgsgevangenenkamp dienst konden doen. De eersten die er terecht kwamen waren Poolse militairen. Zij kregen al snel het gezelschap van Fransen én van Belgen, waaronder niet alleen Fons t’ Kint maar ook zijn dorpsgenoot en neef: Gaston t’ Kint, die bij de 2e grenadiers ingedeeld was en aan de dood was ontsnapt bij de gevechten in de buurt van het gevallen fort van Eben Emael. De twee neven liepen er mekaar tot hun verbazing tegen het lijf.  

Gaston t’ Kint tijdens WO2
2e van rechts op de 1e rij

Eerst terug naar RSC Anderlecht …

Op 27 augustus, 5 dagen na zijn neef Gaston, mocht Fons net als de meeste Vlaamse krijgsgevangenen, gewoon terugkeren naar huis, waar hij zijn leven zo goed en kwaad als dat kon opnieuw probeerde op te nemen. Bijvoorbeeld door opnieuw te gaan voetballen bij Anderlecht.

Gaston t’ Kint – krijgsgevangene

Fons zou uiteindelijk in totaal 13 keer in het paars/witte A-elftal aantreden tussen september 1939 en oktober 1940: 9 keer in het kampioenschap van Brabant en 4 keer in de “Beker Leysen”. Hij speelde 11 keer rechtsachter, 2 keer linksachter. 

Duitse militairen op de tribunes van het Astridpark

Dat het niet meer matchen werden dan die 13, had vooral te maken met François “Susse” Gets en Joseph “Jef” Luxen, die zijn plaats innamen bij de andere matchen. Beide groeiden uit sterkmakers van de paars-wit en bleven dat ook in de jaren die volgden.

Ondertussen had de Duitse bezetter Hekelgem – waar Albien t’ Kint, de vader van Alfons, schepen was – verder op stelten gezet. Op 17 juni 1941 werd de gemeenteraad opgedoekt; enkel het schepencollege kwam nog bijeen. Op 22 september 1941 werd burgemeester De Witte afgezet en vervangen door dorpsgenoot en VNV-lid August De Schrijver. Fideel De Coster en Albien t’ Kint bleven schepenen. Ook veldwachter Robyns en de 4 bedienden mochten op post blijven: Josef De Witte, Willy Bosteels, Achiel Geyssens en … Fons t’ Kint.

… en dan uitgeleend aan Eendracht Aalst!

Fons wilde dichter bij huis gaan voetballen. Het bestuur van Anderlecht had begrip getoond en Fons mocht in de zomer van 1941 een contract bij eersteklasser Eendracht Aalst tekenen, op huurbasis weliswaar.

De Volksstem van 21 augustus 1941 laat weten dat ene t’ Kint, uit Asse (wat dus een vergissing is) toelating heeft van Anderlecht om tijdelijk Eendracht Aalst te verstreken.

Intussen leek de (oorlogs)situatie min of meer stabiel en op een vergadering met alle clubs van de Eere-Afdeeling werd besloten om de voetbalcompetitie 1941-42 officieel te hervatten ‘waar men op het einde van het seizoen 1938-39 stond’.  De competitie zou onder vrij normale omstandigheden worden afgewerkt met als enige spelbreker de lange en barre winter.  

De volksstem van 6 september 1941

Eendracht Aalst – met Fons steevast in de basis – kende een topseizoen en eindigde knap vijfde. De ‘Ajoinen’ wilden Fons dan ook graag definitief inlijven, maar stuitten op een njet van Anderlecht. Dat wilde Fons net graag terug hebben, maar ook dat werd geweigerd. De situatie geraakte nooit echt uitgeklaard, maar op het voetbalveld bleef alles zoals het was.

De volksstem van 16 mei 1942: Anderlacht wil zijn speler terug, maar Aalst weigert.

En dus bleef Fons voor Eendracht Aalst uitkomen, alhoewel hij volgens de Bondsarchieven van 1942 tot 1962 officieel aangesloten was bij R.S.C. Anderlecht.

17 januari 1943 – Eendracht Aalst klopt Charleroi met 2-0. Op de foto (vlnr) de spelers Augustijn Verhulst, Léon Becqué, Karel Voogt, Norbert Moreels (die later met de Rode Duivels zou spelen) en Fons t’ Kint

Voetballer, verzetsman en een gebroken been

Eendracht Aalst 1944-45 met vlnr staand De Brauw, De Buck, Petit, Cornelis, Kieckens, Soupez en zittend Moreels, Voogt, Van Der Burght, t’ Kint en Sierens.

Ondanks zijn werk voor de gemeente Hekelgem en zijn activiteiten als topvoetballer, bleef Fons een idealist die de strijd met de bezetter niet wilde opgeven. Op 15 oktober 1943 trad hij tot het verzet toe. Hij zou actief blijven als verzetsman tot 17 november 1944, toen Hekelgem al bevrijd was. Na de oorlog werd hij erkend als gewapend weerstander en op 20 maart 1950 kreeg hij er een medaille voor zijn inzet als weerstander.

Na de oorlog trouwde Fons met Rosalie en kreeg hij het professioneel steeds drukker. Na zijn werk bij de gemeente was hij een tijdje conducteur bij een bouwbedrijf – zijn zus Elza was getrouwd met Oscar De Jonghe, destijds ploegafgevaardigde voor Eendracht Aalst én de oprichter van het bouwbedrijf De Jonghe dat ook nu nog bestaat. Die job verliet hij wanneer hij de zaak overnam van zijn vader Albien die brouwer en bieruitzetter was.

Aalsters clubblad De Eendrachter van 30 augustus 1945 met Fons t’ Kint in de opstelling. Opvallend is dat je hier ook Oscar De Jonge vermeld ziet als afgevaardigde van de ploeg.

Het begon Fons, met andere woorden, steeds meer aan tijd te ontbreken voor voetbal. Toen hij bij een match tegen Boom zijn been brak, hing hij dan ook zijn voetbalschoenen aan de haak. 

aan de kassa

Politiek!

Fons had zich intussen op een nieuwe passie gestort: politiek. Als telg van de familie t’ Kint was het bijna een certitude geweest dat hij die richting zou uitgaan en dus werd Fons verkozen als raadslid voor de Smeerders, een politieke partij te Hekelgem bestaande uit een mix van katholieken en liberalen die aan de kant stonden van de abdij, in tegenstelling tot de ‘Varkens’ die aan de kant stonden van de pastoor en ook bestonden uit een gemengde lijst. Nadien werd hij schepen en tenslotte in 1965 burgemeester van Hekelgem, een functie die hij 12 jaar zou houden tot de fusie van 1976.

Fons was een bijzonder populair man en als politicus behaalde hij met 1128 stemmen de grootste verkiezingsoverwinning ooit in Affligem. In de hitlijst van voorkeursstemmen uit Affligem staat hij daarmee wel pas op de 7e plaats, maar Fons haalde zijn stemmen voor de fusie, in Hekelgem, dat toen ongeveer 4000 inwoners had. Hij haalde er, met andere woorden, meer dan één op de drie stemmen binnen. De nummers 6 tot 1 haalden later wel meer stemmen, maar dan wel in heel Affligem, dat intussen 12000 inwoners telt. 

Fons bleef een graag geziene figuur in de streek, ook nadat hij de politiek en het beroepsleven achter zich had gelaten. Ook voetbal bleef hij graag volgen en hij werd de 1e voorzitter van de VOSEA – de vereniging van oud-spelers van Eendracht Aalst). Dat bleef hij tot aan zijn dood, op 31 juli 1994. Hij werd net geen 75 jaar.

 

bronnen:

Tim t’ Kint

Pascal Laureys

archieven Eendracht Aalst 

Yves Janssens

Hugo Cardon

Danny Van Honsté

archieven van het leger

Franky De Meyer

Sven Everaerts

Sophie t’ Kint

www.wikipedia.org

www.rsca.be

www.18daagseveldtocht.be