De mislukte ontvoering van Leo Tindemans

Politieke ontvoeringen in België

Ontvoeringen van politici zijn in België uitzonderlijk. Dit in tegenstelling tot landen als Italië, waar de jaren ’70 en ’80 getekend waren door politieke terreur en ontvoeringen. De bekendste daarvan is zonder twijfel die van Aldo Moro, een voormalig Italiaans premier die in 1978 ontvoerd werd.

Aldo Moro – ontvoerd door de Brigate Rosse

De christendemocraat Moro, die veel kans maakte om de volgende president van zijn land te worden, werd 55 dagen vastgehouden door de Brigate Rosse (de Rode Brigades). Ondanks een oproep van paus Paulus VI – een studiegenoot van Moro – eindigde het verhaal tragisch toen Moro vermoord teruggevonden werd. 

Aldo Moro – vermoord teruggevonden

In ons land werden we grotendeels gespaard van zulke gewelddadige incidenten. Guy Cudell, burgemeester van Sint-Joost-Ten-Noode werd korte tijd ontvoerd in 1984,  maar het is toch vooral één politieke ontvoering uit die periode die in ons collectieve geheugen is blijven hangen: de ontvoering van Paul Vanden Boeynants in januari 1989. 

VDB op de legendarische persconferentie na zijn vrijlating

VDB, zoals hij zichzelf graag noemde, was net als Aldo Moro een christendemocraat en voormalig premier. Hij werd ontvoerd door de “Brigade Socialiste Révolutionnaire”. Dat bleek achteraf een goed gekozen schuilnaam voor de meest flamboyante gangster van die periode: Patrick Haemers.

Patrick Haemers – slim, knap en gevaarlijk

Haemers en zijn kompanen Philippe Lacroix, Kaplan Murat en Marc Vandam, hadden echter geen politiek bedoelingen. De naam die ze gebruikt hadden was niet enkel een bewijs dat Haemers een intelligente kerel was met een goed gevoel voor humor (de afkorting voor “Brigade Socialiste Révolutionnaire” is BSR; dat is precies dezelfde afkorting als die voor de Brigade de Surveillance & de Recherche van wie ze vooraf wisten dat het hun tegenspelers zouden zijn in de ontvoering); de naam diende vooral als afleiding om de politiediensten op een verkeerd spoor te zetten, wat grotendeels lukte: de link naar de Rode Brigades was snel gelegd. Maar eigenlijk wilden de ontvoerders gewoon geld. Het plan werkte toen de familie van Vanden Boeynants 63 miljoen Belgische Frank betaalde voor zijn vrijlating. 

Eén politieke ontvoering uit die tijd is altijd wat onder de radar gebleven, voornamelijk omdat ze in de kiem werd gesmoord. Niemand minder dan Leo Tindemans, alweer een voormalig premier én christendemocraat, werd in 1980 geviseerd door ontvoerders. Ze wilden hun slag slagen wanneer Tindemans een lezing zou geven … in Affligem. 

Leo Tindemans

Het verhaal van de verijdelde ontvoering van Tindemans leest als een thriller waarin de staatsveiligheid, louche informanten en de Rijkswacht – een intussen verdwenen en op militaire leest geschoeid politiekorps – een rol speelden tegen de achtergrond van een camping in Nederland … en de eeuwenoude abdij te Affligem. 

Rijkswachtkazerne van Hekelgem; op de boekhoutstraat – de brigade van Hekelgem werd buiten de zaak Tindemans gehouden

Het hele relaas eindigt tenslotte met een heuse Belgenmop die nauwelijks te geloven maar toch echt gebeurd is.

1980

1980 was een jaar van politieke spanning en maatschappelijke verandering. België worstelde met communautaire kwesties, economische onzekerheid en een groeiende kloof tussen Vlaanderen en Wallonië. In Europa was de Koude Oorlog nog voelbaar, maar er waaide ook een wind van samenwerking: het idee van een verenigd Europa kreeg steeds meer vorm.

In dat kader werd 1980 uitgeroepen tot het jaar van Sint-Benedictus, patroonheilige van Europa. De benedictijnenabdij van Affligem besloot een lezing te organiseren over Benedictus en zijn betekenis voor het Europese gedachtegoed.

De spreker? Niemand minder dan Leo Tindemans, voormalig premier en op dat moment voorzitter van de christendemocratische partij CVP (Christelijke VolksPartij, tegenwoordig de CD&V).

Tindemans stond toen bekend als een vurige pleitbezorger van Europese eenheid én was veruit de populairste politicus van het land. Bij de Europese verkiezingen van 1979 had hij meer stemmen gehaald dan eender wie ooit in de politieke geschiedenis België. Hij had er de bijnaam “de man van 1 miljoen stemmen” verdiend.

affiche uit de campagne die Tindemans bijna een miljoen stemmen opleverde

Toch was niet iedereen fan van Tindemans. Zo werd er in Kapellen een vzw opgericht, waarvan de statuten zoals dat hoort in het Belgisch Staatsblad verschenen waren. In die statuten stond het maatschappelijk doel van de vzw te lezen en dat was “Tindemans bekampen met alle mogelijke middelen”. In die statuten kon men verder lezen dat “de vzw één jaar na de dood van Tindemans zou worden ontbonden” …
In diezelfde periode dweilde een gesubsidieerd toneelgezelschap heel Vlaanderen af met een eigen productie, een stuk waarin werd gespeculeerd op de dood van Tindemans. 

Tindemans zelf probeerde er nuchter onder te blijven. Over het toneelgezelschap schreef hij in zijn memoires “Dit moest allicht worden gezien als een bijdrage tot de ontvoogding van ons volk.”. 

In zijn dagboek zien we de vertwijfeling echter toeslaan: “Wie achtervolgt me met zulke ongeziene haat? Ik sloof mezelf af van ’s morgens tot ’s avonds om de levensvoorwaarden van zo veel mogelijk mensen te verbeteren, om de toekomst voor te bereiden, om conflicten te vermijden, om verzoening te prediken en juist hier in Vlaanderen staat men mij naar het leven. Wie of wat zit daarachter?”

Eén en ander deed natuurlijk ook alarmbellen afgaan bij de staatsveiligheid en de politiediensten. Zo ook bij de Rijkswacht – een op militaire leest geschoeide politiedienst die niet afhing van een gemeente of stad, maar die rechtstreeks onder de minister van Defensie en Binnenlandse Zaken ressorteerde; de Rijkswacht had de reputatie een elitekorps te zijn. 

Het hoofd van de territoriale groep Antwerpen bij de Rijkswacht, zeg maar de baas van de Rijkswacht in de provincie Antwerpen, was ene kolonel Bogaert. Kolonel Gabriël Bogaert en Tindemans waren geen vreemden voor mekaar. Tindemans woonde ook in de provincie Antwerpen en ze moeten mekaar meermaals ontmoet hebben bij vergaderingen en recepties. 

kolonel Gabriël Bogaert

Het was die kolonel Bogaert die Tindemans contacteerde en hem aangeraden heeft om voorzichtig te zijn. Hij vroeg hem ook om een kopie van zijn agenda, zodat men zou weten waar en wanneer Tindemans extra bescherming zou nodig hebben.

De ontvoerders

Het plan om Leo Tindemans te ontvoeren, werd beraamd door de toen 37 jarige Jean Budts uit Hoevenen, bij Antwerpen. Veel over hem is er niet meer terug te vinden, maar in de pers van toen werd hij soms als adjunct-directeur omschreven. Meestal wordt hij echter “een mislukte zakenman” genoemd.

Met de ontvoering wilde Budts helemaal geen politiek doel dienen. Hij wilde Tindemans ontvoeren, opsluiten in een oude bunker in Nederland en hem dan gewoon inruilen voor geld. Veel geld. Tindemans zou 200 miljoen opbrengen, had Budts zichzelf wijs gemaakt. 

Tijdens het plannen van de ontvoering, ontmoette Budts in Nederland – waar hij op dat moment op een camping woonde – eerder toevallig Luikenaar Edmond Douxfils, die op 24 oktober 1979 als pooier veroordeeld werd tot 18 maanden cel en een boete van 28.000 Belgische Frank. De veroordeling was bij verstek – Douxfils was met andere woorden niet aanwezig. De kans is groot dat hij ondergedoken zat op de camping waar Budts toen ook verbleef. 

Budts raakte er van overtuigd dat Douxfils de ideale helper kon zijn en lichtte hem in over zijn plannen. Douxfils ging akkoord om samen Tindemans te ontvoeren. 

Ze zouden de voormalige premier bij zijn bezoek aan de abdij in hun auto sleuren en hem geboeid naar Nederland voeren, waar ze hem wilden gevangen zetten in een verlaten bunker. Over die bunker is niet meteen iets terug te vinden, maar we mogen er wel van uit gaan dat Tindemans er foto’s van gezien moet hebben. Hij vertelt in zijn mémoires dat hij er zou opgesloten worden en dat de bunker voorzien was van een “obscene achtergrond”.   

Wat Budts niet wist, was dat Douxfils, bijgenaamd “José Le Corse” niet alleen een kleine crimineel was met links naar het misdaadmilieu van Marseille, maar ook bijkluste … als informant van de Rijkswacht. Van zodra hij dat kon, informeerde Douxfils zijn contactpersoon bij de BOB (Bewakings & Opsporingsbrigade, een afdeling van de Rijkswacht). Hij kreeg de opdracht om aan boord te blijven van de ontvoering en de BOB te informeren over de concretisering van de plannen. 

Intussen werd de beveiliging van Tindemans flink opgevoerd. Hij verplaatste zich vanaf dan geregeld met lijfwachten van de Rijkswacht in zijn kielzog.

10 maart 1980 – de ontvoering

Het was maandag 10 maart. De abdij bereidde zich voor op een bijzondere avond. Abt Jan Goetghebeur, toen 44 jaar oud, vertelde zijn herinneringen aan die dag in een interview uit 2014.

Abt Jan – foto van L De Bock

“Rond de middag verschenen onverwacht enkele politie-inspecteurs aan de abdijpoort. Zonder voorafgaande waarschuwing begonnen ze het terrein te doorzoeken — van de kerk tot de tuinen en de omgeving rond de abdijmuren.”

Tindemans had die dag les gegeven aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij sinds 1976 professor was aan de faculteit Sociale Wetenschappen. 

Tindemans, in zijn memoires: “Op maandag 10 maart 1980 vertrok ik na afloop van mijn professorale taak in Leuven naar Affligem. Het jaar stond in het teken van Benedictus, patroon van Europa. Ik zou in de beroemde abdij over Europa spreken, een geleerde pater zou het hebben over Benedictus. Bij mijn vertrek vroegen twee rijkswachtofficieren in burger of ze me mochten vergezellen. Zij volgden mij met hun wagen terwijl een officier naast mij in de auto post vatte. Onderweg kreeg ik argwaan. Ik merkte dat de volgwagen naast de mijne kwam rijden, telkens wanneer een derde wagen ons wilde voorbijrijden.”

Wanneer de auto’s tegen de avond aankomen aan de abdij, mocht Tindemans niet uitstappen van zijn escorte. Ook de abt merkte dat er iets niet pluis is: “Tindemans zelf is in de vooravond aangekomen. Hij werd omringd door lijfwachten. Ook dat vonden wij zeer vreemd.” Na een paar minuten kwam een officier van de Rijkswacht de voormalige premier begroeten en mocht hij de auto verlaten. 

Hij kreeg dan te horen wat er net voor zijn aankomst was gebeurd. De twee ontvoerders, Budts en Ledoux, hadden zich geparkeerd in de Affligemdreef, op een steenworp van de abdij. Net toen ze bezig waren met het aanbrengen van valse nummerplaten op hun auto, werden ze opgemerkt door de rijkswachters die de buurt rond de abdijmuren uitkamden. 

Die wisten natuurlijk wat ze zochten: informant/ontvoerder Douxfils had immers doorgegeven wat er zou gaan gebeuren die dag. Toen de rijkswachters Budts en Douxfils aantroffen in hun auto, vonden ze er bivakmutsen, plakband en handboeien. Budts en Douxfils bleken ook in het bezit te zijn van een 9mm alarmpistool én van een echte Smith & Wesson .38 revolver – het type dat toen frequent door de politie werd gebruikt in vele landen. Beide mannen werden uiteraard opgepakt. 

Tindemans was geschrokken maar tegelijk ook opgelucht en dankbaar voor de inzet van de Rijkswachters. Tindemans: “Dankzij de alertheid van de rijkswacht ben ik ontsnapt aan een ontvoering.” 

Zoals voorzien wandelde Tindemans rond 20u de afgeladen volle abdijkerk binnen en gaf hij er zijn lezing over Sint Beneditus, de eenmaker van Europa. Zijn publiek merkte niets van wat er allemaal was gebeurd.

Leo Tindemans, net ontsnapt aan een ontvoering, spreekt in de abdijkerk van Affligem

 

een eivolle abdijkerk – een groot publiek voor Leo Tindemans


Na zijn lezing ging de voormalige premier nog mee naar het cultureel centrum van de abdij, om er iets te drinken in het gezelschap van een deel van zijn toehoorders. Abt Jan: “Hij is nog meegegaan naar de bar van het cultureel centrum. Daar heeft hij een praatje gemaakt met de mensen. Op dat moment zag hij er heel opgelucht uit. Het leek alsof er een grote last van zijn schouders was gevallen. Hijzelf zal wellicht geweten hebben wat er hem te wachten stond en was blij dat de twee kerels waren opgepakt.”

Na de feiten verzocht de onderzoeksrechter van Brussel aan Tindemans of hij een korte verklaring wou afleggen. Deze vraag werd toevertrouwd aan het rijkswachtdistrict Asse, waar de feiten hadden plaatsgevonden (Affligem behoorde tot “hun gebied”). Een officier en het hoofd van de BOB mochten op bezoek bij Tindemans thuis. Ze hadden voor de gelegenheid een splinternieuwe schrijfmachine en nieuwe carbonnetjes meegenomen. 

Tindemans ging akkoord en gaf een korte verklaring – duidelijk en to the point, zoals je dat van een uitstekend redenaar als Tindemans kon verwachten – en beide rijkswachters werden uitstekend ontvangen: mevrouw Tindemans had wafels gebakken en de mannen keuvelden nog even over het voorval, maar vooral werd er voornamelijk over koetjes en kalfjes gesproken.

het echtpaar Tindemans

De nasleep

Jean Budts werd al in oktober 1980 veroordeeld tot 4 jaar celstraf. Hij moest aan Leo Tindemans een morele schadevergoeding van 1 Belgische Frank betalen. Ik heb van hem nergens een foto kunnen vinden. 

Edmond Douxfils werd net als Budts tot 4 jaar veroordeeld in oktober 1980. Of hij die echt heeft moeten uitzitten, is moeilijk te achterhalen. De kans is groot dat hij in ruil voor zijn informatie enig voordeel heeft gekregen; een praktijk die zeker vroeger gangbaar was voor informanten.
Wat we wel weten is dat hij later genoemd werd als verdachte in het onderzoek naar de Bende Van Nijvel. De reden daarvoor is zijn band met Albert Farcy, een Frans gangster die in Brussel woonde en met zijn handlangers vooral opereerde vanuit de Crazy, een bar op de Lakenweversstraat in Elsene, Brussel.

Albert Farcy

Farcy, bijgenaamd “Bruno”, had net als Douxfils een bijverdienste: hij was informant van rijkswachters adjudant Goffinon en commandant François. Farcy was berucht als een drugshandelaar die niet aarzelde om tegenstanders uit de weg te ruimen en dook meermaals op als verdachte in verschillende onderzoekspistes tijdens het Bende-onderzoek. Veel over Farcy is er niet terug te vinden. Naar verluidt is hij laatste gesignaleerd in Frans Guyana, waar hij nu zou wonen.
Ook van Douxfils is er vandaag geen spoor meer terug te vinden. Ook een foto bleek niet vindbaar. 

Leo Tindemans bleef actief in de politiek tot in de jaren ’90 van de vorige eeuw. Hij was Europees parlementslid en Belgisch minister van Buitenlandse Zaken.
Hij bleef tot op hoge leeftijd een invloedrijke en gerespecteerde stem in het debat over Europese integratie. Leo Tindemans overleed op 26 december 2014 op 92-jarige leeftijd. Het jaar voordien was met Kroatië het 28ste land toegetreden tot de Europese Unie, het grote politieke project dat hij altijd in het hart had gedragen. 

Kolonel Gabriël Bogaert bleef bij de Rijkswacht en ging na zijn carrière op pensioen. Hij overleed bijna 10 jaar na de man die hij voor een ontvoering had behoed, op 23 september 2024. De rijkswachters die ik kon spreken, waren unaniem lovend over de man.

Abt Jan Goedghebeur bleef abt van de abdij Affligem tot hij 75 werd. Dan trad hij terug. Hij was dan – wereldwijd – de benedictijnenabt die het langst in functie was. Hij woont nog altijd in de abdij en vierde er op 31 januari 2025 zijn 100ste verjaardag.

Een onverwachte Belgenmop

In zijn memoires voegde Tindemans een typisch Belgisch detail toe aan het einde van dit verhaal. Eén van de ontvoerders (naar alle waarschijnlijkheid Budts) schreef hem later een brief vanuit de gevangenis met de vraag of hij kon zorgen dat diens zoon werd vrijgesteld van militaire dienst. “Van een typisch Belgisch detail gesproken,” noteerde Tindemans droogjes.

Bronnen